Doemdenken?! (Biodivers II)


Kreun en gesteun vorige week in GB. Over citroenvlinders, oranjetipje, klein hoefblad, koekoek, pinksterbloem en judaspenning. De vraag wordt gesteld of we het jammer vinden als dit alles verdwijnt. Nou, ik kan er eerlijk gezegd niet meer mee zitten. Dat deed ik dertig jaar geleden. Als dank werd ik toen al doemdenker genoemd. Ook is het zo dat ik al die plantjes en beestjes niet bewust kan maken van hun eigen ellende (of wel?). En dan is het ook nog eens zo dat DUIZENDEN soorten van allerlei, jawel, echt waar, AL VERDWENEN ZIJN! Ga ik nog steeds niet van wakker liggen. Tot de uiteindelijke boosdoener werd vorige week terecht uitgeroepen de “zoogdierensoort Homo Sapiens”. Wij allemaal dus. Maar mensen kun je wel bewust maken (of juist niet?). En toch zeker in deze tijd?

“Met de biodiversiteit (de verscheidenheid aan planten- en diersoorten) lijkt het overal de verkeerde kant op te gaan. In de wereld, in Nederland, in ons dorp en in onze voor- en achtertuin. Doemdenkers vinden aanknopingspunten genoeg om pessimistisch te zijn.” De moderne, braafburgerlijke naďviteit waarmee dit gesteld wordt lijkt inderdaad niks met doemdenken van doen te hebben. Het venijn zit in ‘lijkt te gaan’. De waarheid is dat biodiversiteit in de zeventiger jaren (Rapport club van Rome!) al de verkeerde kant op leek te gaan. En dat je verdomme toen al - zelfs met doemdenken – het tij niet gekeerd kreeg. De werkelijkheid van de tachtiger en negentiger jaren bracht ons dat biodiversiteit daadwerkelijk en echt begon te verdwijnen in allerlei ecosystemen. En de gruwelijke spiegel van het nieuwe millennium laat ons een wereld, Nederland, Goirle en een eigen achter- en voortuin zien waarin de biodiversiteit in veel opzichten al verdwenen IS!

Neen hoor, gaat het naďef enthousiaste stukje verder, daar hebben we dus het B(iodiversiteit)-team voor: “Een enthousiaste club die het goed voor heeft met de natuur. Doemdenkers zijn het niet want met een bewonderenswaardig optimisme spannen de leden zich in om een mentaliteitsverandering op gang te brengen.” Leuk gevonden, maar ongeveer dertig jaar te laat. Dit is nou precies hoe Sietze Leeflang met zijn ‘Kleine Aarde’ begon. En die werd er toen al om uitgelachen. Vorig jaar ging de ‘Kleine Aarde’ dan ook ten onder aan de besognes van de ‘Grote Aarde’. Hoe lovend men namelijk ook is over het B-team, het tij valt domweg niet meer te keren met ergens op een zonnige namiddag braakliggende grond inzaaien. Of met protesteren tegen boomkap. Of met je afval netjes scheiden. En vooral niet met het streven naar een mentaliteitsverandering. Want de enige oorzaak van het verdwijnen van de biodiversiteit is de inrichting van ons economisch bestel. Geldelijk belang gaat nog steeds te vaak voor natuur, ecosysteem of zelfs planeet. Vergeet maar dat dáár de eerste duizend jaar verandering in komt! En wat wil je nou aan die kapitalistische mentaliteit veranderen? In een wereld die meent in een financiële crisis te zitten?

Maar om dit doemverhaal een passend einde te geven zal ik al die brave B-team Goirlenaren de enige hoop geven die er is. Misschien zal de zoogdierensoort Homo Sapiens zover gaan in zijn continue pogingen om zichzelf kapot te maken dat dit zal lukken. De mens zal dan ‘het aanschijn van de aarde’ verlaten. Vijftig á honderd jaar na die dag zal de biodiversiteit op onze planeet zich weer volledig hebben hersteld...

Reageer